De bestaansmiddelen van het gezin worden per kalenderkwartaal berekend.
Voor de kinderbijslag wordt rekening gehouden met de bestaansmiddelen van het kalenderkwartaal waarin de maand valt vanaf wanneer die kinderbijslag kan worden toegestaan, en zo verder voor de volgende kwartalen. Elk kwartaal wordt nagegaan of ze niet hoger dan het grensbedrag zijn.
Voor het kraamgeld wordt rekening houden met de bestaansmiddelen van het kalenderkwartaal waarin het kind geboren werd.
Voor de forfaitaire bijzondere bijslag (toegestaan voor geplaatste kinderen) wordt rekening gehouden met de bestaansmiddelen van het gezin in het kalenderkwartaal waarin het kind geplaatst werd (begin van de betaling van de bijzondere bijslag). Elk kwartaal wordt nagegaan of ze niet hoger dan het grensbedrag zijn.